Risico-inschatting van uitzaaiingen bij borstkanker

Risico-inschatting van uitzaaiingen bij borstkanker 2017-06-07T15:32:43+00:00

Chemotherapie, ja of nee?

De arts bepaalt aan de hand van diverse factoren of chemotherapie zinvol en/of noodzakelijk is. Chemotherapie wordt gegeven om het risico op uitzaaiingen van borstkanker te verlagen. Factoren die het risico op uitzaaiingen vergroten zijn daarom van belang bij het bepalen of chemotherapie aangewezen is of niet. Deze factoren, samen met de uitslag van de MammaPrint, kunnen u en uw arts helpen om een persoonlijk behandelplan op te stellen. Daarnaast kunnen ze bijdragen bij de beslissing of u (naast de andere behandelopties) wel of geen chemotherapie nodig heeft. De hieronder genoemde factoren kunnen niet los van elkaar gezien worden. Soms zal niet voor chemotherapie worden gekozen ondanks de aanwezigheid van risico factoren, bijvoorbeeld wanneer de tumor heel klein is. De lijst hieronder is slechts een grove indicatie; het bepalen van de noodzakelijkheid van chemotherapie is ingewikkelder dan een ja/nee optelsom van een van deze factoren.

ER: Dit geeft aan wat de hormoongevoeligheid van de tumor is. Als de tumor hormoonongevoelig is (ook wel ER of oestrogeen-negatief), geldt dat als een risicofactor waardoor chemotherapie bijna altijd voorgeschreven zal worden. MammaPrint heeft in dat geval een zeer geringe toegevoegde waarde.

HER2: Als de tumor HER2-positief is, geldt dat als risicofactor waarvoor meestal een bepaalde soort medicatie (Trastuzumab/Herceptin) wordt voorgeschreven, speciaal gericht tegen het HER2 eiwit. Bij deze medicatie wordt over het algemeen ook chemotherapie gegeven. MammaPrint kan voor een deel van deze patiënten een Laag Risico-uitslag geven. Of in dat geval gekozen wordt om geen chemotherapie voor te schrijven, is een keuze die door arts en patiënt wordt gemaakt en waarbij ook andere (risico)factoren overwogen worden.

Graad van de tumor
Hoe hoger de graad, hoe groter de kans op chemotherapie:

  • graad I: de kankercellen lijken voor een groot deel op gezonde cellen en groeien meestal langzaam.
  • graad II: de kankercellen lijken steeds minder op gezonde cellen, groeien meestal sneller dan normale cellen en plakken snel aan elkaar.
  • graad III: de kankercellen lijken vrijwel niet meer op gezonde cellen en groeien bijna altijd veel sneller dan normale cellen.

Leeftijd: De leeftijd van de patiënt speelt een rol, waarbij over het algemeen geldt dat hoe jonger de patiënt is, er eerder chemotherapie overwogen wordt.

Lymfeklieren: Positieve lymfeklieren zijn een risicofactor; hoe meer klieren positief zijn, hoe groter de noodzakelijkheid voor chemotherapie. Voor patiënten met 1 tot 3 positieve lymfeklieren kan MammaPrint een Laag Risico-uitslag geven waarbij chemotherapie geen klinisch toegevoegde waarde heeft.

Stadium van de borstkanker: Hoe hoger het stadium, hoe groter de kans dat chemotherapie als behandeling nodig is:

  • stadium IA: een tumor kleiner dan 2 centimeter zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel.
    Stadium IB: een tumor kleiner dan 2 centimeter, met micrometastasen (kleiner dan 2 mm) in de okselklier.
  • stadium IIA: een tumor tot 2 centimeter groot, met maximaal 3 aangedane lymfeklieren in de oksel. Of een tumor tussen de 2 en 5 cm zonder aangedane lymfeklieren.
    Stadium IIB: De tumor is tussen de 2 en 5 cm, met maximaal 3 aangedane lymfeklieren in de oksel. Of de tumor is groter dan 5 cm zonder aangedane lymfeklieren.
  • stadium III: de tumor is groter dan 5 centimeter, komt door de huid naar buiten of zit vast aan de borstwand met eventueel uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de oksel.
  • stadium IV: een tumor met aangetoonde uitzaaiingen naar andere plekken in het lichaam.

Triple negatief: Als een tumor triple negatief is, betekent dat ER, PR en HER2 alle drie negatief zijn. Dit is een risicofactor waardoor chemotherapie bijna altijd voorgeschreven zal worden. MammaPrint heeft in dat geval geen toegevoegde waarde.

Tumor grootte: Hoe groter de tumor is, hoe groter de noodzakelijkheid voor chemotherapie. Als een tumor groter is dan 5 cm, kan in principe geen MammaPrint meer gedaan worden, aangezien MammaPrint is gevalideerd voor tumoren tot 5 cm.

Bij grotere tumoren (maar ook steeds vaker bij kleinere tumoren) wordt er soms gekozen voor aanvullende therapie die gegeven wordt vóór de operatie (zogeheten neo-adjuvante therapie); MammaPrint kan dan helpen te bepalen welke therapie gekozen wordt.